Curatoren

Het Financieele Dagblad. Door: Kees de Jong.
De een zijn dood, een ander zijn brood. The Entertainment Group, DSB, Kroymans en nog 7200 anderen legden afgelopen jaar het loodje. Volgens Dun & Bradstreet een stijging van 72% ten opzichte van 2008. De advocatuur plukt daar de vruchten van en ziet de omzet uit faillissementsafwikkeling begerenswaardig stijgen. Die stijging zal ook in 2010 doorzetten; men verwacht vooral faillissementen in de financiële dienstverlening, de horeca, het transport en de bouwsector. Reden genoeg om de commerciële mechanismen van curatoren eens nader te bekijken.
Wat speurwerk leerde mij dat het afwikkelingsproces in Nederland op het eerste gezicht strak is geregeld. Na de faillissementsuitspraak wordt de curator door de rechter aangesteld. Deze leegt zijn agenda en krijgt onbeperkte macht om uit de boedel te schrapen wat er te schrapen valt. Dat is belangrijk, want de curator wordt als eerste betaald. En hier wringt de schoen. Wanneer geen geld aanwezig is, vindt de afwikkeling snel en efficiënt plaats. Indien wel sprake is van een te verdelen buit, blijkt de curator alle motivatie te missen voor snelle liquidatie. Met de ondernemer en schuldeisers als slachtoffers.
Een bevriende ondernemer deed me uit de doeken hoe zijn curator hem al drie jaar het leven zuur maakt. Met een overgebleven acht ton uit de boedel blijkt de curator er vooral op gericht de afwikkeling te traineren. Zelfs nadat nota bene de rechter mijn vriend vorige week op acht van de negen punten gelijk gegeven had, is dat ene openstaande - en onbewijsbare - punt voor de curator een reden om een pesterig juridisch vervolgtraject in te gaan. Met als consequentie dat gemakkelijk een vierde of vijfde jaar bij de afwikkeling opgeteld kan worden. Zo kan de curator zonder enige controle of inspanning nog een ton of wat naar zich toe harken. Normaliter houdt een rechter-commissaris hier toezicht op. Door de toegenomen werkdruk heeft de curator praktisch gezien echter vrij spel om naar eigen inzicht uurtjes van euro 300 te blijven schrijven. De ondernemer is vogelvrij en machteloos. Loopt privé leeg op advocatenkosten, kan geen bedrijf opstarten, geen lening krijgen of anderzijds weer aan zijn toekomst bouwen. Daarnaast is de continue vernedering en de misplaatst aanmatigende toon van de curatoren naar de failliet een uitermate frustrerende en denigrerende ervaring. Uiteraard zal deze zaak de uitzondering op de regel zijn, maar Nederland moest zich schamen voor de wijze waarop wij met het vanzelfsprekende verschijnsel van een faillissement omgaan.
Het wordt tijd dat de politiek de 150 jaar oude faillissementswet herziet en ervoor zorgt dat de curator in alle gevallen wordt gestimuleerd om tot een eerlijke en snelle afwikkeling te komen. Alleen zo kunnen bonafide ondernemers weer snel aan de slag om hun eigen brood op de plank te verdienen. Aan de slag.



